Rouwzorg

Wat is rouw ?  -  Welke vorm heeft rouw ?  -  Rouwmodellen  -  Factoren in rouwproces  -  Rouwenden helpen  -  Kinderen & Ouderen  -  Zorg voor de hulpverlener

 

 

Wat is rouw ?

Rouwen is het geheel van reacties bij verlies van iemand waarmee men een betekenisvolle relatie had. En betekenisvol wil niet noodzakelijk zeggen 'positief', ook minder goede of ambivalente relaties kunnen betekenisvol zijn.
Naast verlies door overlijden maken we ook andere verliessituaties mee : verlies van gezondheid, scheiding, gebroken familiebanden, … Al deze verliezen kunnen eveneens een verwerkingsproces op gang brengen. Men spreekt in dit geval van verliesverwerking. Rouwen slaat enkel op het proces na overlijden.

 

Welke vorm heeft rouw ?

Rouw kan zich uiten op velerlei manieren, gaande van diep verdriet, vermoeidheid tot woede of zelfs complete inactiviteit of gevoelloosheid. Het heeft een invloed op het lichaam (somatische klachten), het denken (concentratiestoornissen), het gevoel (allerlei intense emoties) en het gedrag (vaak anders dan men gewoon is). Rouwen en alle mogelijke reacties die daarbij optreden, zijn normaal. 
 
Uniek en verschillend
Iedereen rouwt op zijn eigen unieke manier. Ook al zijn er vaak algemene, gemeenschappelijke kenmerken en gelijkenissen, toch zijn de verschillen groter en heeft elk zijn individuele beleving. Dit maakt het het soms moeilijk in gezinnen en families om elkaar te begrijpen en te ondersteunen. Ook de duur van een rouwproces is sterk persoon- en situatiegebonden.
 
Vroeger en nu
Vroeger bestonden er veel meer uitgesproken rituelen die mee vorm gaven aan het rouwen en een ondersteuning konden betekenen voor rouwenden. Er was ook meer betrokkenheid van familie en buren. Tegenwoordig is rouwen meestal een miskend proces geworden, dat binnen het eigen gezin teruggedrongen wordt. Regelingen rond de uitvaart worden grotendeels door professionelen geregeld. Nochtans kan een eigen bijdrage en invulling van de nabestaanden louterend zijn voor het rouwproces. 

 

Verschillende rouwmodellen 

 Meerdere therapeuten, rouwdeskundigen hebben dit proces proberen te vatten in rouwverwerkingmodellen. Hierin is de laatste jaren enige evolutie merkbaar.

De Zwitserse psychiater Elisabeth Kübler-Ross verrichtte als één van de eersten hierin baanbrekend werk met haar 'Fasenmodel'. De fasen die zij heeft beschreven bij een onomkeerbaar ziekteproces, nl. ontkenning-woede-marchanderen-depressie-aanvaarding, zijn herkenbaar bij het rouwproces van nabestaanden. Een gegronde kritiek op dit model is dat de fasen in werkelijkheid elkaar zelden mooi opvolgen maar eerder kriskras door elkaar lopen. Bovendien lijkt uit de beschrijving alsof rouwenden dit proces passief dienden te ondergaan.

De Amerikaanse psycholoog Worden gaf rouwenden een actievere rol in de beschrijving van zijn ‘Takenmodel’.
Nabestaanden dienen vooreerst de realiteit van het verlies te onderkennen. Ontkenning – de uitspraak “het kan niet waar zijn!” is hiervan een voorbeeld – komt in het begin nogal vaak voor. Afscheid kunnen nemen kan hierbij erg helpen.
Nadien moet men doorheen de pijn van het verlies. Dit zijn de momenten waarop men overvallen wordt door tal van hevige emoties . Een luisterend oor die deze emoties kan aanvaarden en laten zijn, is het meest ondersteunend.
De derde taak bestaat erin het leven terug op te pakken zonder de overledene. Dit houdt onder andere in dat bepaalde taken of opdrachten moeten overgenomen worden, ofwel door de nabestaande zelf of door iemand uit de omgeving. Het is ook leren leven met het besef dat men zonder de ander verder moet.
Een vierde taak bestaat uit de overledene emotioneel een plaats te geven. Dit wil niet zeggen dat men de overledene vergeet, wel dat men erin slaagt van het leven weer te genieten en van mensen en dingen te houden. Sommigen slagen hierin echter niet en besluiten zich nooit meer aan iemand te hechten.
Dit model is zelfs nu nog heel erg bruikbaar. De kritiek op het model van Worden is analoog aan deze op het model van Kübler-Ross. Worden stelt binnen zijn takenmodel dat de rouwende voor opeenvolgende taken staat. Het rouwproces wordt daarmee eveneens verengd tot een lineair en intrapsychisch proces.
 

De nieuwere modellen bekijken het rouwen veel eerder vanuit een systemische, contextuele en individuele invalshoek.

Zo lanceerden Stroebe en Schut vanuit een vernieuwende denkwijze het ‘Duale model’. In dit model bewegen rouwenden zich afwisselend tussen een verliesgerichte en een herstelgerichte pool. Het ene moment is men sterk bezig met het verlies en de overledene, het andere moment wordt men teruggetrokken naar de realiteit van het leven en de toekomst, en vice-versa. Het langdurig blijven vasthangen in zowel de ene als de andere pool kan leiden tot gecompliceerde rouw.

Neimeyer, een wereldbekende Amerikaanse rouwdeskundige, ziet het rouwproces als een proces van betekenisverlening. Enerzijds bestaat deze betekenisverlening door het verlies te begrijpen en proberen in te passen in het bestaande wereldbeeld. Anderzijds wordt door dit ingrijpend gebeuren de identiteit van de nabestaande geraakt en is de reconstructie van deze bedreigde identiteit noodzakelijk. Essentieel hierbij is het vinden van een zinvolle betekenisverlening. Binnen het levensverhaal leidt dit tot een betekenisreconstructie en tot een veranderde identiteit van de nabestaande.

Deze nieuwere theorieën zien rouwen veel meer als een dynamisch, individueel proces in voortdurende interactie met de omgeving. Rouwen kan ook als een groeiproces, een veranderingsproces beschouwd worden, eerder dan een herstelproces. De nieuwere inzichten leren ons dat ook positieve gevoelens voorkomen, dat rouwenden niet echt de band doorsnijden en dat sommigen niet het hele pijnlijke proces doorgaan zonder dat dit pathologisch hoeft te zijn.

 

Factoren die mee het rouwproces bepalen

Een eerste belangrijke factor is de aard van de relatie en de al of niet hechte band die men met de overledene had. Zo kan een conflictueuze of ambivalente relatie het rouwproces bemoeilijken. Het verlies van een kind wordt over het algemeen als het zwaarste verlies beschouwd omdat het indruist tegen de natuurlijke, verwachtte levensloop.

De wijze van overlijden speelt mee in de beleving. Het maakt nogal wat verschil of iemand plots stierf of dat het een verwacht overlijden was, of iemand in verschrikkelijke (lange doodsstrijd) of traumatische (moord, zelfdoding, oorlog) omstandigheden is overleden of vredig en rustig is overleden.

Veel hangt ook af van welke vroegere verliezen men heeft geleden, of deze al verwerkt zijn en hoe men in het verleden met deze verliezen is omgegaan, welke copingstijl men heeft.

Het verloop hangt ook sterk af van de persoonlijkheid van de nabestaande. Sommigen zijn nu eenmaal sterker opgewassen tegen verliezen en tegenslagen dan anderen. Personen die in het verleden psychische problemen hadden, maken meer kans op een bemoeilijkt rouwproces.

Even belangrijk is de ondersteuning die men kan krijgen vanuit de omgeving, het omringend netwerk. Rouwen is ook een sociaal gebeuren en wordt lichter als men kan rekenen op anderen waarbij men terecht kan.


Belang van afscheid nemen. Bij een verwacht overlijden met een geleidelijke achteruitgang, start het rouwproces al vóór het overlijden. Vaak is dat een heel kostbare tijd omdat het de mogelijkheid biedt afscheid te nemen en dingen af te ronden. Als hulpverlener is het van belang daar oog voor te hebben maar je er tezelfdertijd van bewust te zijn dat het niet betekent dat alle conflicten kunnen opgelost worden. Je kan er enkel voorzichtig op wijzen en de mogelijkheid bieden.

 

Hoe kan je rouwenden het best helpen ?

Enkele tips :

 

Vergeten groepen : ouderen en kinderen

Van ouderen wordt vaak ten onrechte gedacht dat zij wennen aan de verliezen die nu eenmaal bij de hoge leeftijd horen. En hoe vaak moet een bejaarde niet horen ‘je hebt toch een mooi leven gehad samen’ als de partner sterft. Een mooi leven samen, maakt het verlies echter niet minder, integendeel.
Bovendien uiten ouderen vaak niet zo makkelijk hun gevoelens. Al deze factoren zorgen ervoor dat al te vaak hun rouw niet gezien en erkend wordt.
Hulpverleners zijn belangrijke sleutelfiguren om hier oog voor te hebben en ondersteuning te bieden.
 

Kinderen blijven soms nog te veel in de schaduw van het gebeuren staan. Vaak worden ze niet betrokken vanuit de reflex ze te willen sparen. Kinderen rouwen nochtans evengoed als volwassenen, zij het op een andere manier, afhankelijk van hun ontwikkelingsniveau en hun doodsbegrip. Het is dus goed hen bij het gebeuren te betrekken, aangepast aan hun niveau.
Typisch voor kinderen is dat ze niet voortdurend kunnen rouwen maar dat verdrietige momenten afgewisseld worden met spelmomenten. Zo beschermen ze zich tegen té sterke emoties. Vaak stellen ze hun rouw ook uit tot een latere ontwikkelingsfase, wanneer ze zicht krijgen op wat dood zijn echt allemaal inhoudt, of tot een moment dat de omgeving weer veilig genoeg voelt.

Over dit onderwerp werd een uitgebreide brochure uitgewerkt. De brochure “Niet te jong voor verlies. Kinderen en jongeren betrekken bij palliatieve zorg” is te bestellen bij het Netwerk van uw regio en omvat tal van handvatten voor ouders en hulpverleners om kinderen in palliatieve situaties te begeleiden.

Voor meer informatie kan u ook terecht op de website www.palliatieve-zorg-en-kinderen.be.

Naast deze brochure hebben de Netwerken Palliatieve Zorg van Oost-Vlaanderen ook een aantal praktische instrumenten uitgewerkt
m.n. De 'EIGEN-WIJZE' DOOS, het werkpakket 'Groeien na verlies' en een rouwkoffer voor scholen.
Meer over de inhoud en waar je deze hulpmiddelen kan bekomen in de rubriek 'Rouw op school' binnen het publiek gedeelte.



Indien u vragen hebt, meer informatie wenst of vorming rond dit thema wil organiseren of volgen, kan u steeds terecht bij de rouwzorgverantwoordelijke van het Netwerk Palliatieve Zorg van uw regio.
U kan hier ook terecht voor ondersteuning, begeleiding of doorverwijzing van nabestaanden.

 

Zorg voor de hulpverlener

Omgaan met overlijdens, verdriet en verlies in je werk, laat je niet onberoerd. De confrontatie met een overlijden kan heel wat oproepen bij jezelf. Ook als hulpverlener kan men nood hebben aan een ondersteunend gesprek. De ondersteuning vanuit het team, een veilige omgeving waar men zich gedragen voelt, is dan heel belangrijk..

Soms heb je echter nood aan externe ondersteuning of is dit meer aangewezen. Voor een ondersteunend gesprek of verdere doorverwijzing kan je bij de rouwzorgverantwoordelijke van het Netwerk Palliatieve Zorg van uw regio terecht.